Ik werd vanochtend bij toeval wakker.
“Hebben we nou ruzie”, vroeg hij. “Reken maar”, antwoordde zij. “IK HOUD VAN JE”, schreeuwde hij haar na, “... en ik mis je nu al.”.
Kijkend uit het raam las zij het boek mee van de mevrouw met de rode lipstick en de zilveren oogschaduw, zittend aan het raam in het derde viermans-zitje van het tweede treinstel van de intercity met als eindstation Rotterdam Centraal.
De Iepen waren al weer ruim vier weken geleden gerooid.
En hij raakte verstrikt in een hekje. Vervolgens in een kerstboom. |